Laten we eens beginnen met een lijst:
Dingen die ik wel zou willen kunnen (maar niet kan)
- Gitaar spelen
- Surfen
- Tapdansen
- Paardrijden
- Jodelen
- Spaans spreken
- Mensen ‘in de echt verbinden’ (trouwen dus)
- Jazz improviseren op de piano
- Saxofoon spelen
- Omgaan met photoshop en dergelijke programma’s
- Grunten
- Op spitzen dansen en zo’n draai kunnen met zo’n uitgevouwen been:

En dit is nog maar een greep van alle dingen die ik zou willen kunnen.
Maar dan bedenk ik:
Vraag 1: Hoe belangrijk is het echt?
De vraag die ik vorige keer stelde; ‘Hoe belangrijk is dit nou echt?’, kan ik bij al deze voorbeelden beantwoorden met: niet echt heel belangrijk. Het is niet belangrijk dat ik kan paardrijden of dansen op spitzen, mijn zangleerlingen zouden er niet beter of slechter van worden, mijn familie zou niet meer of minder van me houden, en ik zou er ook geen oorlog mee kunnen voorkomen.
Maar. Het lijkt me zo leuk om het wél te kunnen. Gewoon daarom.
Vraag 2: Wat heb je er voor over?
De volgende vraag is dan, wat heb je ervoor nodig en wat heb je ervoor over?
Als ik dan denk aan ‘op spitzen dansen’, dan komt daar een hoop bij kijken. Wat ik zou wíllen is het mooie beeld van sierlijke lange benen en complete controle tijdens een driedubbele pirouette waarbij ik helemaal een word met de muziek.
De realiteit is dat ik, voordat ik eventueel dat punt zou bereiken, keihard zou moeten trainen. Bloedende tenen, valpartijen en ingegroeide teennagels zouden eerder regel dan uitzondering worden. Ik zou me scheel betalen aan lessen en aan de spitzen zelf, want die schijn je in ieder geval jaarlijks opnieuw te moeten kopen als je regelmatig danst.
Dus ja. Als iemand mij betovert en zorgt dat ik op spitzen kan dansen vind ik dat te gek, maar het écht willen leren, de hele (lijdens)weg daarnaartoe? Nee bedankt.
Conclusie: ik wil het dus niet écht.
Dan gitaar leren spelen, dat wil ik wél echt. Tot nu toe was het niet belangrijk genoeg om er energie in te steken, maar het lijkt me zo gaaf om mezelf en mijn leerlingen niet alleen op piano maar ook op gitaar te kunnen begeleiden! Ik vind het dus de moeite waard om te oefenen, m’n lange nagels eraf te knippen en eelt op m’n handen te krijgen. Binnenkort ga ik les nemen.

Toevoeging: gitaar was geen succes, ukelele wel; daar geef ik zelfs workshops in!
Moraal van het verhaal
Over het algemeen geldt; als je iets wil moet je er iets voor over hebben. Heb je er niks voor over, dan moet je ook niet gaan mokken dat iets niet lukt!
Je kan natuurlijk ook je doel aanpassen aan je ’te verwachten inzet’. Net zoals vorige keer even het voorbeeld van mensen die zeggen ‘ik kan niet zingen’.
Als je wél wil leren zingen maar eigenlijk niet wil oefenen, bedenk dan dat je doel in plaats van ‘The Voice’ winnen, kan worden: ‘ik wil door af en toe een workshop te volgen m’n techniek verbeteren zodat ik op een comfortabele manier kan zingen en daar veel plezier uit kan halen.’ (Je kan op elk niveau bij me terecht, trouwens.)
En jij?
Ik ben benieuwd welke dingen jij écht zou willen kunnen! Als je durft, laat het me weten in de reacties!
Houdoe en veel liefs,
Anne
P.S.
In 2021 schreef ik ook over dit onderwerp, in een blog over het hebben van, ontbreken van en het nut van zangtalent.



Als jij volgend jaar je leerlingen op gitaar begeleidt, ga ik de Roparun lopen. Deal?
Deal!