Een paar weken geleden, stuurde een onbekende me: ‘Anne, ik moet binnenkort iets presenteren maar ik HAAT mijn stem. Kan je me hiermee helpen, zodat ik weer gewoon kan slapen ’s nachts?’
HELL YES! Zeker weten dat ik je kan helpen!
Meer info over hulp bij spreken en presenteren lees je hier trouwens.
Er volgde een video-bel-afspraak, waarbij ik haar, een Nederlandse die ergens ver weg in Europa woont, hielp met haar stem.
Ergens in onze afspraak zei ze iets wat ik heel erg komisch vond. Namelijk: ze had het idee dat ik mijn stem perfect gebruikte. Dat er nergens in mijn spieren – zoals mijn kaakspieren, tong, ademhalingsspieren – spanning zat. Dat ik een soort ultiem gebalanceerde en relaxte spreker was.
Bij mij, zo was haar idee, zou niemand op Instagram ooit weg-swipen vanwege mijn stem.
Dat was natuurlijk – zoals mensen dat zeggen – een flinke veer in mijn kont.
En het was ook totaal niet waar.
Want ik ben niet af, ik ben niet perfect en ik ben al helemaal niet altijd ontspannen.
En dus vertelde ik haar mijn favoriete metafoor. ‘Dat we allemaal telefoons zijn’.
Waarom je eigenlijk gewoon een telefoon bent
Lang, lang geleden, in 2007, was er een moment dat de eerste iPhone ‘geboren werd’. Een vriend van me, ik noem hem even ‘Tom’, kocht ‘m. Zodra ik dat hoorde, sprak ik met hem af, zogenaamd ‘om bij te kletsen’. Maar eigenlijk wilde ik vooral ook even naar zijn échte iPhone kijken.
‘Wat een geweldig apparaat’, kreunde ik destijds, terwijl ik voorzichtig en liefkozend Tom zijn iPhone betaste.
‘Er zit maar liefst 8 GB geheugen in, in zo’n klein ding. Een paar jaar terug moest ik nog opletten met het kopen van mijn winterjassen, om te zorgen dat mijn DiscMan in mijn zakken paste zodat ik de CD van Ricky Martin kon luisteren op de fiets. Dit apparaat past in mijn broekzak. En hier passen ál Ricky’s CD’s op. Je hoeft geeneens toetsen in te duwen, zoals eerder met dat ‘T9-typen’, bij een van mijn eigen eerste telefoons. Je kan gewoon het toetsenbord op het scherm aanraken! Met je vinger! En dan heeft-ie óók nog eens een 2 megapixel camera én je kan ermee internetten!’
Ik was echt helemaal betoverd en vergeet ook nooit meer dat ik wat later mijn eigen eerste iPhone kocht en met een hartslag van 200 van de opwinding het doosje openmaakte en zuchtte : ‘daar ben je dan eindelijk’.
Jaren later…
Het is nu 2022 en mijn huidige telefoon is een iPhone 11.
Inmiddels kan ik ermee betalen en er video’s mee op nemen voor mijn online cursus. Mijn telefoon zorgt dat ik nooit meer verdwaal en dat ik 80 miljoen liedjes bij de hand heb op Spotify. Dat ik boodschappen kan laten bezorgen en waar ik maar wil een Disneyfilm kan streamen of mijn 3 nichtjes dat irritante deuntje van Carnaval Festival voor me zingen terwijl we FaceTimen. Dat mijn vader enthousiast belt terwijl ik door Parijs fiets, omdat-ie via ‘Find my friends’ al had gezien dat ik in de buurt van de Eiffeltoren was. Het is fantastisch en het is nog 1000x beter dan in 2007.
Moet je je nou eens voorstellen.
Dat Steve Jobs destijds dacht: ‘ja, wel ok, deze eerste iPhone, beter dan de Swing 200, maar laten we vooral wachten tot het beter is’.
Dat Steve had gewacht tot-ie de huidige iPhones had ontwikkeld, voor dat-ie ze met de wereld had gedeeld. Dat we afgelopen 15 jaar gewoon NIET van de iPhone hadden kunnen genieten, omdat meneer Jobs wist ‘ja maar, het kan altijd beter’.
Wat een leed zou ons dan zijn aangedaan.
En het lullige is:
Over 10 jaar is de iPhone nóg beter. Want dingen ontwikkelen. Spullen, mensen, bedrijven…
We hebben de neiging om te wachten tot het optimaal is.
Dat het eerst af en perfect moet, voor het gezien, gehoord of gedaan mag worden.
Dus wat ik je wil meegeven is: ben lekker een iPhone 1, ben de versie 1.0 of 2.0 van jezelf. Voor heel veel mensen, is die versie waarschijnlijk al hartstikke waardevol. Ben er, leef, besta, reflecteer, oefen, vraag hulp van de juiste mensen en ‘doe’ gewoon, dan zorgt de tijd vanzelf wel dat je optimaliseert en de versie 3.0 ontstaat.
Houdoe en veel liefs,
Anne